Nederlands

Mijn moerstaal

Ik hoor steeds weer, dat Duits geen makkelijke taal is. Daarom volgen hier in de komende tijd vertalingen van mijn Duitse teksten. Voor mij is Nederlands niet meer zo makkelijk. Ik denk, spreek, schrijf en (waarschijnlijk) ook droom bijna niet meer in mijn moerstaal.  Dat is jammer, want het is de taal van mijn kindheid en ook nog de taal van mijn gevoelens. Daarom is het vertalen van het Duits in het Nederlands steeds weer ingrijpend. Voel je vrij om de rol van schooljuf of schoolmeester te spelen en mij correcties toe te sturen.

 

11.12.2021

Het Kasteel, dat ik ben.

Na de dood van onze moeder, onze vader of onze beide ouders verlangden we als kind naar liefde en geaccepteerd zijn. Om dat te bereiken, pasten we ons  op heel veel gebieden in ons jonge leven aan. John Welwood vergelijkt ons met een groot kasteel, om te laten zien, wat dat aanpassen met ons gedaan heeft. Ik hou veel van deze tekst en lees hem de laatste jaren steeds en steeds weer. Misschien inspireert hij je in deze kersttijd en ga je ook voor her nieuwe jaar op een innerlijke reis, op zoek naar de vergeten ruimtes in jezelf.

Stel je voor, dat je een prachtig kasteel bent, met lange gangen en duizende kamers. Iedere kamer in dat kasteel is volmaakt en bevat een bijzonder geschenk. Iedere kamer is een ander aspect van jou en een onlosmakelelijk deel van dit volmaakte kasteel. Als kind heb je iedere centimeter van dit kasteel onderzocht, zonder schaamte en zonder vooroordelen. Zonder angst heb je in iedere kamer naar zijn edelstenen en zijn geheimen gezocht. Alle ruimtes hoorden erbij. De rommelkamer, de slaapkamer, de wc en de kelder. Iedere kamer was uniek. Het kasteel was vol met licht en liefde en je was verbaasd over de overvloed, die je vond. Toen kwam op een dag iemand in jouw kasteel, die zei, dat met één kamer iets niet in orde was, dat die kamer eigenlijk helemaal niet bij het kasteel hoorde. Hij sloeg voor, dat je de deur naar die kamer op slot zou doen, wanneer je een perfect kasteel wilde hebben. Omdat je naar liefde en geaccepteerd zijn verlangde, deed je die ruimte heel snel op slot. In de loop van de jaren kwamen steeds meer mensen in jouw kasteel. Ze lieten je weten, van welke kamers ze hielden en van welke niet. En geleideliik sloot je de ene na de andere deur. Al die wonderbaarlijke ruimtes werden gesloten en aan de donkerheid overgelaten. Daarmee had een kringloop begonnen.

Sindsdien heb je om de verschillendste redenen steeds meer deuren op slot gedaan. Uit angst of omdat je geloofde, dat een kamer te opvallend was. Je sloot ruimtes, omdat ze te concervatief waren of omdat andere kastelen niet zulke kamers hadden. Je deed deuren op slot, omdat religieuze leiders je zeiden, dat je niet naar binnen mocht in zulke kamers. Je deed de deur op slot naar ieder ruimte, die niet aan de normen van de maatschappij of aan je eigen idealen voldeed.

De dagen, waarop jouw kasteel grenzeloos leek en de toekomst opwindend en licht, waren voorbij. Je zorgde niet meer met de zelfde liefde en bewondering voor jouw kasteel. Ruimtes, waarop je eens trots was, moesten nu verdwijnen. Je wilde die ruimtes op de een of andere manier weg hebben, maar ze hoorden nu eenmaal toch bij jouw kasteel. Nadat je de deuren van alle kamers, van die je niet hield, op slot had gedaan, vergat je in de loop van de tijd, dat die kamers überhaupt bestonden. In het begin merkte je helemaal niet, wat je daar deed. Het was een gewoonte geworden. Omdat je van de hele wereld bootschappen kreeg, hoe een echt kasteel er uit moest zien, werd het steeds makkelijker, daarnaar te luisteren, als om je eigen innerlijke stem te vertrouwen, die van je hele kasteel hield. Deze kamers te sluiten, gaf je het gevoel van zekerheid. Het duurde niet lang, of je constateerde, dat je nog maar in een paar ruimtes woonde. Je had geleerd, hoe je het leven buiten kon sluiten en je maakte het voor jezelf daarin comfortabel. Veel van ons hebben zoveel kamers afgesloten, dat we vergeten hebben, dat we eens in een kasteel gewoond hebben. We begonnen te geloven, dat we een klein, bouwvallig huisje met twee kamers zijn.

Stel je nu voor, dat je in jouw kasteel alles ondergebracht hebt, wat je bent,  het goede zowel als het slechte, en dat ieder aspect, dat op deze planeet bestaat, ook in jou bestaat. Eén kamer is liefde, een andere moed, één is elegantie, een andere gratie. Er zijn eindelos veel kamers: creativiteit, vrouwelijkheid, mannelijkheid, eerlijkheid, integriteit, gezondheid, assertiviteit, sexuele aantrekkingskracht, kracht, verlegenheid, haat, gierigheid, friegiditeit, luiheid, arrogantie, ziekte en boosaardigheid. Dat zijn allemaal kamers in jouw kasteel. Iedere ruimte maakt deel uit van het gebouw en heeft ergens in het kasteel een pendant. Gelukkig zijn we nooit tevreden, wanneer we minder zijn, als we zouden kunnen zijn. Onze ontevredenheid met onszelf motiveert ons, om naar al die verloren kamers in ons kasteel te zoeken. We kunnen alleen dan de sleutel voor ons unieke karakter vinden, wanneer we al de kamers in ons kasteel openen.

Dit kasteel is een metafoor, die je eigen grootte duidelijk wil maken maken. Ieder van ons heeft deze heilige plek in zich. De toegang daar naar toe is te vinden, wanneer we bereid zijn, ons in onze totaliteit waar te nehmen. De meeste van ons hebben angst voor dat, wat we misschien achter de gesloten deuren zouden kunnen vinden. In plaats van  dit opwindende avontuur aan te gaan om de verborgen aspecten van ons zelf te vinden, doen we liever zo, alsof die kamers helemaal niet bestaan. De kringloop gaat daarmee verder. Maar wanneer je de richting van je leven werkelijk wilt veranderen, dan moet je in je kasteel komen en langzaam de ene na de andere ruimte openen. Je moet je innerlijke universum onderzoeken en alles weer in bezit nemen, wat je eens weg hebt gegeven. Alleen in de aanwezigheid van alle aspecten van jezelf kun je je eigen grootte herkennen en je verheugen over de totaliteit en de uniekheid van jouw leven.

Debbie Ford – Licht op schaduw  Overwin je angsten en leef vrij, VBK Media 2010

Dit boek is uitverkocht. Deze tekst is een eigen vertaling uit het Duits. Mocht iemand het boek hebben, dan zou ik heel blij zijn met een kopie van deze  bladzijden.

 

30.03.2020

Verlaat verdriet in een alarmtoestand!

In deze tijd, nu de hele wereld in een staat van alarm raakt, ben ik plotseling zelf terug in de tijd, waarin ik als kind in mijn heel persoonlijke alarmtoestand verzonk. Dezelfde vage maar allesbepalende druk. Dit onafgebroken dreunen op de achtergrond. Deze benauwdheid in mijn borst. Deze druk om en in mijn hoofd. Deze koude steen in mijn maag. Een brok in mijn keel. Ongrijpbaar en toch voortdurend aanwezig. Opgewonden en tegelijkertijd verdoofd. Beverig, fladderig, oorsuizen en koud zweet. Afgesloten en overgevoelig. In mijzelf teruggetrokken en toch zo aan de wereld uitgeleverd. Deze tijd opent onverwacht dit verleden. Opeens ruik ik, voel ik, hoor ik, proef ik weer hoe en waar ik toen was en wat het toen met mij deed. Na de dood van papa. De wijk waar we woonden. De weg naar school. De struiken. De sloten. Mijn moeder. Mijn broertje. En het wordt mij duidelijk. Precies deze staat van alarm, deze noodtoestand begeleidt mij mijn leven lang. Dit gevoel, dat om iedere hoek gevaar loert. Dit rommelen van bommen in de verte. Dit op mijn hoede en tegelijk bevroren zijn.

Nu is de tijd, dit is mijn kans, om deze onophoudelijke stress diep in mijzelf te voelen, liefdevol te omarmen en iets meer los te laten, milder en met meer begrip voor mijzelf.

Ja precies zo ist het – ik had vorige week drie dagen koorts en ‘s nachts werd ik wakker met een paniekaanval. Hulpeloos huilend en mijn hele lichaam rilde. Dat bleef meer als een uur, tot het minder werd en ik uitgeput weer in slaap viel. ‘s Morgens vroeg en half wakker kwamen duidelijke herinneringsbeelden naar boven en het werd mij duidelijk: Dit waren ervaringen uit een tijd, waarin ik nog sprakeloos was en hulpeloos……

Tanja (op Facebook bij Spaete Trauer)

 

03.01.2020

Deze tekst is van Titia Liese. Meer informatie over Verlaat Verdriet, boeken en workshops in Nederland vind je hier: www.verlaatverdriet.nu

Dubbel ouderverlies 

Kinderen die jong een ouder hebben verloren – halfwezen – kennen na dat verlies bijna allemaal dezelfde grote angst: de angst om ook de andere ouder te verliezen. Wees te worden dus.
Voor een aantal kinderen werd deze angst om wees te worden werkelijkheid. Deze kinderen – wezen – verloren beide ouders, en daarmee voorgoed hun ouderlijk huis en de gezinscultuur waarin ze tot op dat moment hadden geleefd.

Verlies van gezin

Voor sommige kinderen zat er een paar jaar tussen de dood van de ene ouder en die van de andere. Andere kinderen verloren beide ouders in één keer, bijvoorbeeld ten gevolge van een verkeersongeval – waar ze mogelijk zelf bij betrokken waren. Vanaf het moment waarop beide ouders waren overleden, werden deze kinderen op andere plaatsen dan hun oorspronkelijke thuis ondergebracht. Sommige kinderen werden opgenomen bij familie, andere kinderen werden opgenomen in een pleeggezin (dat ze tot op dat moment helemaal niet kenden). Weer andere kinderen werden ‘uit huis geplaatst’. Voor hen begon in veel gevallen een zwervend leven van kindertehuis naar kindertehuis.

Dankbaar zijn

Waar deze kinderen ook terecht kwamen: in vrijwel alle gevallen moesten ze hun plaats gaan verdienen. Altijd moesten ze hun best doen en dankbaar zijn voor het plekje dat ze hadden gekregen. Het gezin, waarin ze tot dat moment waren opgegroeid, bestond niet meer. De cultuur van het gezin, waarin ze tot die tijd leefden, verdween voorgoed. Nooit meer konden ze hun bestaansrecht vanzelfsprekend aan hun ouders ontlenen.

Kwetsbaarheid

Mensen die jong een ouder hebben verloren, hebben vaak, om zichzelf en hun gevoelens te beschermen, een muur om zich heen gebouwd. Mensen die jong hun beide ouders hebben verloren, hebben vaak voor de zekerheid om die muur nog een extra muur opgetrokken. Het ontbreken van vertrouwde ankerpunten in hun leven, maakt mensen die jong hun beide ouders verloren, in een verlaat rouwproces extra kwetsbaar.

 

18.12.2019

Kleine broer en grote broer (over het verschil tussen afstand en afscheid)

Denk een moment na, voordat je hier verder leest. Deze tekst is niet makkelijk. Het gaat hier over onze relaties en over onze schaduwkanten (*). Die vragen om aandacht, eerlijkheid, geduld en moed. En vooral om mildheid voor ons zelf. Dit is geen makkelijk thema. Mocht je je op dit moment niet zeker voelen, dan lees liever een andere keer verder. Ik weet, dat klinkt meer als een teaser om toch verder te lezen, maar deze waarschuwing ist wel echt gemeend.

Ontdekkingen

Er valt veel te ontdekken in de wereld van het verlaat verdriet. Ontdekkingen komen vaak onverwacht, nadat we jarenlang naar antwoorden gezocht hebben. Antwoorden op vragen waarom en hoe we zo geworden zijn, zoals we zijn. Waarom de dingen zo gingen, als ze gegaan zijn. Antwoorden die ons eigenlijk ook niet veel verder gebracht hebben. Die ons niet vrijer gemaakt hebben. En dan zijn er die onverwachte ontdekkingsmomenten, wanneer opeens een wolk van inzichten verschijnt. Een wolk die plotseling heel veel nieuwe richtingen opent. Momenten, waarop  we voelen, dat we ons veranderen, nog voordat we begrijpen, wat er met ons gebeurt. Waarop alles zich onverwacht op een nieuwe manier voegt tot iets voelbaars, tot iets wat ons beweegt.

Dat kan gebeuren, wanneer plotseling de binding met onze gestorven vader of moeder weer levend wordt. (Deze week droomde ik over mijn vader. Voor het eerst sinds misschien wel 40 of 50 jaar. Wat houdt mij dat deze dagen bezig!) Het kan ook gebeuren, wanneer we opeens zien, hoe diepgaand en alomvattend ons verlies in onze jeugd geweest is. Wanneer we mededogen met onszelf ontdekken. Wanneer we onze roots weer voelen. Momenten waarop we ons als bij toverslag rijker en vrijer voelen. Dat schudt ons misschien een korte tijd door elkaar, maar kan zich daarna vrij snel veranderen in het warme gevoel, in onszelf thuis te komen.

Er zijn echter ook ontdekkingen, die pijn doen en die ook nog lang pijn blijven doen. Die van ons vragen, ons bewust met onze schaduwkanten bezig te houden (*). Bijvoorbeeld wanneer ons duidelijk wordt, hoeveel patronen we sinds onze kindheid met ons meedragen. Patronen, die we nodig hadden om te overleven. Dezelfde Patronen, waardoor onze relaties nu schade lijden .

Afstand en afscheid

In 2013 kreeg mijn jongere broer de diagnose ‘ ongeneeslijk kanker’ . Al in het eerste gesprek vertelde de arts hem, dat er geen hoop op genezing bestond. Dat de therapie er alleen op gericht zou zijn, hem de tijd die hij nog had, draagbaar te maken. Hoe lang nog? Misschien een half jaar? Hij belde mij op. Ons gesprek zal ik nooit vergeten. Op een gegeven moment zei ik: ´Ach klein broertje, wat een rotfamilie. Eerst pappa, toen mamma en nu jij. Dan blijf ik alleen over!´ We huilden allebij.

Hij heeft nog een jaar geleefd. Gedurende die tijd was ik iedere 4 of 5 weken een weekend in Nederland bij hem en zijn gezin. Aan het begin hebben we dingen gedaan, die voor ons allebei belangrijk waren. We waren twee keer in het Rijksmuseum in Amsterdam en hebben van ons samen prachtige fotos gemaakt. Kunst was een wezenlijk deel van ons leven en we hebben dat altijd al heel graag gedeeld. In de daarop volgende maanden, toen hij steeds zwakker werd en steeds meer leed, werden onze ontmoetingen voor mij steeds moeilijker. Ik voelde een steeds grotere afstand en een enorme innerlijke frustratie. Daardoor werd ook het contact met zijn gezin steeds stroever. Uiteindelijk  kwam dat tot een dieptepunt op zijn begrafenis, waar ik als zijn enige broer geen rol van betekenis kon spelen. De dag na de begrafenis vloog (of vluchtte) ik woedend naar Mallorca voor 2 weken vakantie. UItgerekend daar, waar we als kinderen met onze ouders geweest waren.

3 jaren lang heb ik deze enorme woede in mijzelf meegesleept en telkens weer uit pure frustratie en onbegrip de ogen uit mijn kop gehuild. Waarom had ik, ondanks die steeds terugkerende ontmoetingen in Nederland, afstand van hem genomen en geen afscheid? Waarom vervreemdden we zo? Wat was er fout gegaan? Wat had ik fout gedaan? Wat had ik anders en beter moeten doen? Hoe kon ik zo falen?

Een andere tijd

Pas nu, 5 jaar later, wordt mij duidelijk, dat de antwoorden op al die vragen niet in dat ene bijzondere jaar te vinden zijn. Ze liggen veel, veel verder terug. In een tijd, in die mijn kleine broertje en ik onze pappa verloren en een beetje later ook onze mamma. Zoiets heb ik natuurlijk al veel langer gedacht, maar nu pas voel ik het. Nu pas komt het bij mij aan, dat mijn eigen kindertijd in dat jaar om aandacht schreeuwde. Hoe graag zou ik willen, dat ik dat toen al ontdekt had. Dat ik dat toen met mijn kleine broer had kunnen delen.

Wanneer we het gevoel hebben, dat we in onze relaties falen. Wanneer we problemen hebben met nabijheid en intimiteit. Wanneer we met problemen in onze direkte omgeving niet om kunnen gaan. Wanneer we het moeilijk of helemaal niet uit kunnen houden, wanneer dichtbij iemand ziek is of vol zorgen en verdriet. Wanneer we meteen het gevoel hebben, niet goed genoeg te zijn of verantwoordelijk voor het lijden van iemand, van wie we houden. Wanneer we afstand nemen. Wanneer onze eigen gevoelens in onze relaties altijd onduidelijk zijn. Wanneer we de kern van onze relaties niet toe kunnen laten. Wanneer we relaties telkens weer afbreken of uit voorzorg al niet echt aangaan. Heeft dat dan misschien met iets heel ouds te maken? Met iets uit een heel andere tijd?

Hoe was het voor ons als kind, toen onze vader of moeder ziek werd? Toen hij of zij misschien lang thuis in bed lag? Toen hij of zij met de ziekenwagen opgehaald werd. Toen we hem of haar in het ziekenhuis bezochten? Toen onze vader of onze moeder ons die grote liefde niet meer kon geven? Toen ons deze grote liefde onttrokken werd. Hadden we toen het gevoel, niet goed genoeg te zijn? Iets verkeerd gedaan te hebben? Hebben we toen afstand genomen in plaats van afscheid, omdat onze vader of onze moeder niet meer diegene was, die we kenden? Omdat we de nabijheid tijdens hun sterven niet meer verdragen konden? Toen we zagen, dat hij of zij dood was? Hadden we toen het gevoel, dat we gefaald hadden? Dat we niet goed genoeg geweest waren?

En hoe was het als kind zonder vader of moeder? Hoe was het thuis met onze overgebleven vader of moeder? Hoe was het, toen onze overgebleven vader of moeder ook niet meer dezelfde was, die hij of zij vroeger was? Toen thuis ook niet meer hetzelfde was als vroeger? Voelden we ons als kind misschien ook verantwoordelijk voor de stemming in het gezin? Voor het lijden of de vrolijkheid van onze overgebleven vader of moeder? Of hoe was het bij de pleegouders? Werd het daar ooit een thuis? Waren we daar ooit goed genoeg? Hoeveel we ook ons best deden? Hoeveel we ook deden alsof? Hoeveel we ons ook aanpasten of verzetten? En hoe was het op school? Hoe was het, als onze vriendinnen en vrienden over hun ouders vertelden? Daarover, hoe cool of hoe oncool ze waren. Over het weekend. Over hun vakanties. Schaamden we ons ervoor, dat we halfwees waren of wees? Konden we nog vrij en spontaan deel zijn van onze vriendenkring? Of voelde we ons misschien toch anders, een buitenstaander?

Teruggaan om verder te komen

Als je belangrijkste bindingen als kind en jongere zo vol onbegrepen pijn en verdriet en rouw waren, verbonden met zoveel innerlijke en (vaak ook) uiterlijke chaos, is het dan een wonder, wanneer dat nu in je realties ook een rol speelt? Wanneer je ook nu nog zo geplaagd wordt door moeilijke relatiepatronen? Nog eens: Dit is geen makkelijk thema. Het gaat hier over onze relaties en over onze schaduwkanten (*). Die vragen om aandacht, eerlijkheid, geduld en moed. En vooral om mildheid voor ons zelf. Maar het is wel een wonder, dat we door het werken met ons verleden zoveel kunnen ontdekken. Zoveel dat ons leven weer vrij en waardevol maakt. Dat het mogelijk is, ons leven van nu te heilen, door het verleden te heilen. Verleden, heden en toekomst zijn zo gezien veel flexibeler als we denken. Misschien niet meteen van vandaag op morgen maar toch nu.

(*) Een fantastisch boek over het werken met je schaduwkanten is Het Geheim van de Schaduw van Debbie Ford.

 

05.12.2019

In geval van twijfel: toch doen!

Het zijn vaak de kleine dingen, die onverwacht een grote betekenis krijgen. In Gids voor Verlaat Verdriet schrijft Titia Liese over de twijfels, die bij ons Verlaat Verdrieters zo vaak verhinderen, dat we dat volgen, wat we diep in ons als leven(sinhoud) ervaren (of vermoeden). De twijfel aan ons eigen Bestaansrecht. Twijfel is een overlevingspatroon, dat je altijd weer onderuit haalt. Dat ken ik bij mijzelf maar al te goed. Mocht je denken ´Dat lukt mij nooit´, dan herinner je aan de hoeveelheid (veer)kracht die je altijd weer hebt opgebracht om te overleven. Dat is je gelukt. Die kracht heb je. Dat heb je bewezen.

Aan het eind van haar tekst staat: ‘In geval van twijfel: toch doen’.  Die paar woorden zijn bij mij blijven hangen. Als een soort mantra komen ze al maandenlang telkens weer naar boven: ´Toch doen´.  Je weet niet of het dat wordt, wat je je erbij voorstelt (hoogstwaarschijnlijk wordt het anders) of waar je uiteindelijk uitkomt. Maar het opent de deur naar het onverwachte, naar onze levendigheid. De dingen kunnen in beweging komen. Voor mij betekent dat ook, dat ik minder uit hoef te vechten met mijn twijfels. Twijfels zijn er wel en toch doe ik. Klinkt makkelijker als het is: ´Toch doen!´.

 

21.11.2019

Onze comfortzone

Je hoort en leest het telkens weer: ´Iedereen heeft een eigen comfortzone. Die kan klein zijn, bijvoorbeeld bij mensen die snel zenuwachtig zijn. Maar ook groot, zoals bij dappere bergbeklimmers die elke uitdaging aankunnen. Mensen kunnen vrijwillig buiten hun comfortzone treden. Om in het leven vooruit te komen, moet je je comfortzone verlaten.´

Maar…

Als je op jonge leeftijd je moeder, je vader of allebei je ouders verloren hebt, dan is dat met die comfortzone een echte dooddoener. Wat doe je, wanneer je zo jong ongewild uit je comfortzone gevallen bent? Dan gaat de weg vooruit alleen, wannneer je de weg terug vindt naar je eigen comfortzone. Dat is tamelijk gecompliceerd, nietwaar? Daarom ook werken al die technieken en verhalen van al die leraren en goeroes niet, die je een weg naar voren verkopen, naar een geoptimeerd leven, naar verlichting en succes. Dat is niet, omdat jij te dom of te zwak bent, maar omdat de weg naar ons zelf een andere richting heeft. Over deze omgekeerde richting gaat het in Verlaat Verdriet.

 

15.11.2019

Grindpad

Het waren niet meer als honderd meter. Dit Pad. Herfst 1975. Ik herinner me bijna niets meer uit die tijd en misschien heb ik ook dit beeld achteraf gekonstrueerd. Het is al zo lang geleden. Desondanks is dit pad een symbool voor alles, wat daarna gebeurd is.

Mijn kleine broertje en ik liepen voorop. Links en rechts en achter ons zoveel familieleden en goede en minder goede vrienden van ons gezin. Alleen dat er nu geen gezin meer was. Niks meer. Een vacuüm. Allemaal in het zwart. Allemaal volwassenen, want kinderen hoorden niet bij zo´n treurige gebeurtenis. Behalve natuurlijk mijn kleine broertje en ik. Verstijfd.  Verloren. Afgesneden van mijn gevoelens die geen deel meer van mij waren en afgesneden van de buitenwereld, die voor mij geen thuis meer was. Ik kon de andere niet meer in de ogen  kijken. En dat, terwijl mijn kleine broertje en ik op deze dag toch het middelpunt waren van hun medelijden. Rondom het knarsende geluid van schoenen op het grindpad (Wie denkt zich dan grind uit voor een begraafplaats?). Het pad van de ingangspoort naar het geopende graf van mijn vader. Daar waar nu ook mijn moeder bijgezet werd.

Ik heb overwogen hier een foto te gebruiken van William en Harry op de begrafenis van hun moeder Diana. Ik doe het niet. Iedereen kent die fotos en het zou hier waarschijnlijk een platitude zijn. En toch, op die fotos zie je alles. Die gemeenschappelijke rouw en toch is een ieder eenzaam in zijn eigen verdriet.

Is dat alles op dit grindpad begonnen? Is het dat, wat ik nog steeds met me meedraag?

Verlaat verdriet-ers  kunnen diep van binnen heel eenzaam zijn. Hun vroege ervaringen zijn deel geworden van hun bestaan. Ze hebben het gevoel, anders te zijn. Afgesneden van de anderen en van het leven. De omgang met anderen en met het leven ervaren ze vaak als een toneelspel, terwijl ze het toch echt menen. Van binnen is zoveel, wat ze zelf niet werkelijk begrijpen en ook niet kunnen of durven delen. Toch willen ze erbij horen. Van zichzelf vervreemd identificieren ze zich daarom misschien met idealen, die hen ook niet dichter bij zichzelf brengen. Ze hebben een diep verlangen naar een eigen waarachtig levensgevoel. Ze willen voelen, dat ze leven.

Het is ons heel persoonlijke geboorterecht, deze aarde met onze voeten te voelen. Onszelf uit te drukken. Onszelf vorm te geven. Onszelf uit te proberen en te ontdekken. Dat is ook een pad. Het voert naar binnen èn naar buiten. Het is een thuiskomen in onszelf en in het leven. Alleen wijzelf kunnen dit pad nemen. Alleen wijzelf kunnen dat durven. Dat is niet makkelijk. Dat kost tijd en overwinning. Maar zelfs de kleinste eerste stap loont zich. Verlaat Verdriet is niet de einige hulp, die we daarbij kunnen vinden. Maar het is wel een heel bijzondere hulp. Omdat we zoveel kunnen herkennen in andere Verlaat Verdriet-ers. Omdat het zo precies benoemt, wat ook heel veel andere Verlaat Verdriet-ers beleefd hebben. Omdat we erin kunnen ontdekken, dat we in ons verlies niet alleen zijn. Omdat we ook in dat, wat het met ons gedaan heeft, niet alleen zijn.

 

15.11.2019

Verwerken

De dood van je vader, van je moeder moet je verwerken. De dood van je vader, van je moeder moet je verwerkt hebben. Het is een gevleugeld woord: verwerken. Één van die begrippen, die wij zo makkelijk in de mond nemen, zonder precies te begrijpen, waarover het werkelijk gaat. Vaak ook zonder echt mededogen. Ook met onszelf. Zoals ook stress of burnout of depressie of energie of verdriet of onzekerheid of uitgeput zijn of of of…

De dood van mijn ouders mag ik verwerken. Natuurlijk is dat in principe niet onjuist. Mijn moeilijke kindheid en jeugd mag ik verwerken. Ik mag mijn problemen aangaan. Maar wat is verwerken nu eigenlijk echt? Hoe doe je dat? Verlaat Verdrieters worstelen meestal al jaren lang met deze vragen. Vanaf hun jeugd hebben ze hun best gedaan, goed te zijn. En meestal was het niet goed genoeg. Daarom zijn ze ook zo gevoelig voor: Ik moet verwerken. Ik moet het verwerkt hebben. Ik moet het achter mij laten. Ik moet gezond worden. Ik moet beter worden.  Ik moet sterker zijn. Als ik maar sterker zou zijn, dan… Overwinnen, Optimeren, motiveren, funktioneren.

Amsel Grün schrijft in ´Engel voor het leven´:

´Daar, waar jouw hoofdprobleem ligt; daar, waar je het meest aan jezelf lijdt; daar, waar je ziek bent, daar is ook jouw schat. Daar kun je in contact komen met je ware zelf.´

Onze eigen weg naar ons zelf begint dan, wanneer we ons lijden niet langer verdringen, niet langer ontkennen, niet langer veroordelen. Wanneer we onszelf en ons leven erkennen en dit lijden een kans geven, zich aan ons te laten zien en ons te veranderen. Verwerken wordt dan veranderen. Die weg is voor iedereen anders, uniek en ongelooflijk creatief. Deze weg leidt ons op onbekend terrein. Daarvoor is er geen blauwdruk en geen handboek. Hij is niet makkelijk, maar verbazingwekkend en zeer de moeite waard. De volgende tekst gaat over verwerken bij bekende en minder bekende mensen en dingen, die mij op mijn eigen weg inspireren. Probeer het zelf ook eens met jouw helden. Laat je fantasie de vrije loop.

En ik?

John Coltrane verwerkt zijn adem om te ontdekken.

Alexander Calder verwerkt staal om licht te zijn.

Pablo Picasso verwerkt bijna alles om te veroveren.

De Boeddha verwerkt iets, om niet-iets te zijn (of zoiets).

Het water verwerkt de ruimte om zee te zijn.

 

Bob Dylan verwerkt zijn denken om te zingen.

Dan Flavin verwerkt zijn tl balken en er is licht.

Luis Barrágan verwerkt muren om te kleuren.

Padmasambhava verwerkt zijn tovenarij voor een magie die ik niet begrijp.

Venetie verwerkt het licht en ik voel mij zo op mijn plek.

 

Ella Fitzgerald verwerkt melodien om te vliegen.

Charles Eames verwerkt de creativiteit van Ray om zelf een ster te zijn.

Eric Cederberg verwerkt steeds weer het zelfde strand om steeds weer iets anders te schilderen.

De alchemist verwerkt lood om goud te zijn.

De bergen verwerken zichzelf om hoog te zijn. 

 

Milt Buckner verwerkt zijn noten en komt tot zijn echte grootte.

John Baldessari verwerkt iets om iets weg te laten.

Alberto Giacometti verwerkt vorm om niet-vorm te zijn.

Reinhold Messner verwerkt het levensgevaarlijke en hij leeft.

De zon verwerkt haar warmte om mij thermiek te schenken.

 

Helmut Newton verwerkt verhalen om kunst te zijn.

Anita Ekberg verwerkt de Fontana di Trevi en ik ben Marcello.

Mijn kleine broertje verwerkt zijn dood om bij mamma en pappa te zijn.

Hal G. verwerkt zijn niet-zeggen um niets te zeggen.

De wind verwerkt mijn paraglider en ik ben een vogel.

 

Federico Fellini verwerkt zijn dromen om dromen te filmen.

Joseph Campbell verwerkt zijn helden om een held te zijn.

Wim Sonneveld verwerkt heel verfijnd en ik ben weer een trotse Nederlander.

Het Tao laat zich zien om onzichtbaar te zijn.

De bel verwerkt haar klank om koe te zijn.

 

Lion und Wolff verwerken hun joodse Duitsland en het swingt.

Robert Persig verwerkt zijn waanzin om te verlichten.

Gabrielle verwerkt het weeshuis van Obasine om Coco te zijn.

Batman verwerkt de dood van zijn ouders niet en ist toch mijn held.

En ik?

Wat verwerk ik om ik te zijn?